Paus Franciscus, uit zijn woord tijdens de algemene audiëntie, Sint- Pietersplein

6 januari 2014

Geliefde broers en zussen, goede dag!

Vandaag beginnen we een reeks Catecheses over de Sacramenten. De eerste betreft het Doopsel. Door een gelukkig toeval is het volgende zondag het feest van de Doop van de Heer.

1.Het Doopsel is het Sacrament waarop ons geloof zelf steunt en dat ons als levende lidmaten ent op Christus en op de Kerk. Samen met de Eucharistie en het Vormsel vormt het de zogenaamde “Christelijke Initiatie”, die een enig, groot sacramenteel gebeuren is dat ons gelijkvormig maakt aan de Heer en van ons een levend teken maakt van zijn aanwezigheid en van zijn liefde.

 Er kan in ons de vraag opkomen: is het Doopsel echt noodzakelijk om als christenen te kunnen leven en Jezus te volgen? Is het in de grond niet een eenvoudige ritus, een formele daad van de Kerk om aan het jongetje of het meisje een naam te geven? Het is een vraag die kan opkomen. In dat verband is het verhelderend wat de apostel Paulus schrijft: “gij weet toch dat de doop waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus ons heeft doen delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt” (Rom 6,3-4). Het is dus geen formaliteit! Het is een daad die ons bestaan in de diepte raakt. Een gedoopt kind is niet hetzelfde als een niet gedoopt kind. Een gedoopte persoon is niet hetzelfde als een niet gedoopte persoon. Door het Doopsel worden we ondergedompeld in die onuitputtelijke bron van leven die de dood van Jezus is, de grootste daad van liefde van heel de geschiedenis. En dankzij deze liefde kunnen we een nieuw leven leiden, niet langer overgeleverd aan het kwaad, aan de zonde en aan de dood, maar in gemeenschap met God en met de broeders.

2. Velen van ons hebben niet de minste herinnering aan de viering van dit sacrament, en dat is vanzelfsprekend, als we kort na onze geboorte gedoopt zijn. In heb hier op het plein deze vraag al twee of driemaal gesteld: wie de datum van het eigen Doopsel kent, steekt de hand op. Het is belangrijk de dag te kennen waarop ik in de reddende stroom van Jezus werd ondergedompeld. En ik veroorloof me jullie een raad te geven. Maar meer dan een raad is het een opdracht voor vandaag. Vandaag, thuis, zoekt en vraagt de datum van het Doopsel en zo zullen jullie die zo’n mooie dag van het Doopsel goed kennen. De datum van ons Doopsel kennen, is een gelukkige datum kennen. Wanneer we hem niet kennen lopen we het gevaar de herinnering te verliezen aan wat de Heer in ons heeft bewerkt, de herinnering aan de gave die we ontvangen hebben. Dan gaan we hem beschouwen als een gebeuren uit het verleden – dat niet eens onze keuze was, maar van onze ouders – waardoor het geen enkele invloed meer heeft op het heden. We moeten de herinnering aan ons Doopsel opnieuw wakker maken. We zijn geroepen om ons Doopsel elke dag te beleven als een actuele werkelijkheid in ons bestaan. Als we er in slagen, ondanks onze beperktheden, met onze broosheid en onze zonden, Jezus te volgen en in de Kerk te blijven, is het precies dankzij het Sacrament waarin we nieuw schepselen geworden zijn en bekleed werden met Christus. Het is inderdaad krachtens het Doopsel dat we, bevrijd van de erfzonde, geënt op de verhouding van Jezus met God Vader; dat we dragers zijn van een nieuwe hoop, omdat het Doopsel ons die nieuwe hoop schenkt: de hoop, om een leven lang, de weg van de verlossing te gaan. Niets en niemand kan deze hoop doven, want de hoop ontgoochelt nooit. Denkt er aan: de hoop op de Heer stelt nooit teleur. Dankzij de genade van het Doopsel zijn we in staat vergiffenis te schenken en lief te hebben ook hen die ons beledigen en ons kwaad berokkenen; zijn we in staat in hen die laatsten zijn en in de armen het gelaat van de Heer die ons bezoekt en nabij is, te herkennen. Het Doopsel helpt ons het gelaat van Jezus te herkennen in het aangezicht van noodlijdende personen, in de lijdende, ook in onze naaste. Dit alles is mogelijk dank zij de kracht van het Doopsel!

3. Een laatste belangrijk element. Ik stel de vraag: kan iemand zichzelf dopen? Niemand kan zichzelf dopen! Niemand. We kunnen het vragen, het verlangen, maar we hebben altijd iemand nodig die ons dit Sacrament in naam van de Heer toedient. Het Doopsel is immers een gave die wordt uitgedeeld in een context van zorg en van broederlijk deelgenootschap. In de loop van de geschiedenis doopt de een de ander, de ander, de ander… het is een ketting. Een ketting van Genade. Het is een daad van broederlijkheid, het is een daad van kindschap van de Kerk. In de viering van het Doopsel kunnen we de meer onvervalste gelaatstrekken herkennen van de Kerk die in Christus, door de vruchtbaarheid van de Heilige Geest, nieuwe kinderen blijft voortbrengen.

 Laten we Heer vragen dat we steeds meer, in het leven van elke dag, die genade welke we in het Doopsel hebben ontvangen, mogen ervaren. Wanneer ze ons ontmoeten kunnen onze broeders in ons echte kinderen van God ontmoeten, echte broers en zussen van Jezus Christus, echte lidmaten van de Kerk. En vergeet het huiswerk voor vandaag niet: de datum zoeken, vragen van het eigen Doopsel. Zoals ik de datum van mijn geboorte ken, zo moet ik ook de datum van mijn Doopsel kennen, want dat is een feestdag.

(…)

Vertaling uit het Italiaans: Marcel De Pauw msc